CE-certificaat: wat het kost, hoe lang het duurt en waarvoor je echt betaalt
Er is geen CE-certificaat te koop en geen instantie heft een vergoeding voor de markering. Wat het budget werkelijk dekt: normen, beproevingen, tarieven van aangemelde instanties, documentatie en de terugkerende kosten.
CE-certificaat: wat het kost, hoe lang het duurt en waarvoor je echt betaalt
“Wat kost een CE-certificaat?” is een van de meestgestelde vragen in productconformiteit, en tegelijk een van de lastigste om te beantwoorden — want de vraag veronderstelt iets wat niet bestaat. Geen enkele instantie verkoopt een CE-certificaat. De Europese Commissie heft geen vergoeding voor de CE-markering, er is geen register waaraan je betaalt en geen vergunning om te verlengen. Bij een groot deel van de producten is buiten je eigen onderneming juridisch niemand betrokken: je beoordeelt het product zelf, stelt de technische documentatie op, ondertekent de EU-conformiteitsverklaring en brengt de markering zelf aan.
Daarom lopen genoemde prijzen uiteen van enkele honderden euro’s tot zes cijfers zonder dat een ervan onjuist is. Het bedrag hangt af van de conformiteitsbeoordelingsprocedure die de voor jouw product geldende wetgeving voorschrijft, van hoeveel beproeving die procedure vergt, en van de vraag of een onafhankelijke instantie betaald moet worden om je ontwerp of je productie te onderzoeken. Dit artikel ontleedt het budget in de werkelijke onderdelen, geeft indicatieve marktbandbreedtes, verklaart waarom doorlooptijden zijn opgelopen en behandelt de terugkerende kosten die in een eerste begroting bijna altijd ontbreken — inclusief de kosten die het digitaal productpaspoort er nu aan toevoegt.
De belangrijkste punten
- De CE-markering zelf is gratis. Geen EU-instelling en geen nationale autoriteit heft een vergoeding voor het recht om haar aan te brengen. Elke uitgegeven euro gaat naar beproeving, deskundigheid, documentatie of een aangemelde instantie — nooit naar een toestemming.
- Voor de meeste producten bestaat helemaal geen certificaat. Onder module A beoordeelt de fabrikant zelf. Wat je oplevert is een technisch dossier en een ondertekende verklaring, geen door een ander afgegeven certificaat.
- De grootste kostenbepaler is de module, niet het product. Zelfbeoordeling volgens geharmoniseerde normen is goedkoop; een route met EU-typeonderzoek en een audit van het kwaliteitssysteem kost een orde van grootte meer.
- Geharmoniseerde normen werden verkocht, niet gepubliceerd. Het Hof van Justitie oordeelde in de zaak Malamud (C-588/21 P, arrest van 5 maart 2024) dat verplichte geharmoniseerde normen deel uitmaken van het Unierecht en vrij toegankelijk moeten zijn. De uitvoering is nog onvolledig: kijk wat al gratis is en begroot de rest.
- Indicatieve marktbandbreedtes: ruwweg 400–1.500 EUR voor een eenvoudig zelfgecertificeerd product, 1.500–3.000 EUR voor radioapparatuur onder de RED-richtlijn, en vanaf 13.000 EUR waar een aangemelde instantie nodig is. Sterk gereguleerde sectoren zoals medische hulpmiddelen liggen ver daarboven.
- In verschillende sectoren is tijd het knelpunt, niet geld. Bij medische hulpmiddelen worden wachtrijen van 6–12 maanden tot aanvaarding gemeld en beoordelingstermijnen van 13–18 maanden; ongeveer 45 instanties dragen daar het werk dat eerder over zo’n 80 was verdeeld.
- De terugkerende kosten verrassen het meest: normen worden herzien, verklaringen moeten na productwijzigingen opnieuw worden afgegeven, goedkeuringen van kwaliteitssystemen vergen toezicht, en productgegevens moeten nu worden onderhouden in plaats van gearchiveerd.
- myDPP is geen aangemelde instantie. Het voert geen conformiteitsbeoordelingen uit en geeft geen certificaten af. Het bewaart, versioneert en ontsluit de productgegevens die uit de beoordeling voortkomen.
De vraag achter de prijs
Voordat welk bedrag dan ook betekenis heeft, moet je weten in welke van twee situaties je zit.
In de eerste laat de toepasselijke wetgeving toe dat je het product zelf beoordeelt. Je past de geharmoniseerde normen toe, voert de beproevingen uit die die normen vragen of besteedt ze uit, schrijft de technische documentatie, ondertekent de verklaring en brengt de markering aan. De kosten bestaan uit je eigen technische en administratieve tijd plus de prijs van eventueel laboratoriumwerk. Dit geldt voor een zeer groot deel van alle CE-gemarkeerde goederen.
In de tweede vereist de wetgeving een aangemelde instantie — een onafhankelijke organisatie die door een lidstaat is aangewezen en door de Commissie is gelijst — om je ontwerp, je productieproces of beide te onderzoeken. Dan komen er facturen van buiten je onderneming, en aan het eind kan een echt certificaat staan: een certificaat van EU-typeonderzoek onder module B, of een goedkeuring van het kwaliteitssysteem onder de modules D, E, H of H1.
Welke situatie geldt, is geen kwestie van afweging of budget. Het staat in de wetgeving die jouw product bestrijkt, en de letter van de module beslist. Onze gids over de conformiteitsbeoordelingsmodules A tot H1 legt uit hoe je die keuze leest, en voor welke producten CE-markering verplicht is laat zien hoe je de handelingen vindt die op jou van toepassing zijn. Stel de module vast vóór je offertes verzamelt — een offerte voor de verkeerde route zegt niets.
Waarvoor je werkelijk betaalt
Geharmoniseerde normen
Dit is de post die beginnende fabrikanten het minst verwachten. Het toepassen van een geharmoniseerde norm geeft het vermoeden van conformiteit en is daarmee de goedkoopste route naar naleving — maar de normen zelf werden van oudsher verkocht door nationale normalisatie-instellingen, doorgaans tegen prijzen van enkele tientallen tot enkele honderden euro’s per document. Een product dat meerdere normen raakt, kan een rekening van vier cijfers opbouwen voordat er één beproeving is uitgevoerd.
Dat verandert langzaam. In Public.Resource.Org en Right to Know tegen Commissie (C-588/21 P, arrest van 5 maart 2024) oordeelde het Hof van Justitie dat geharmoniseerde normen die door Unierecht verplicht zijn gesteld deel uitmaken van het Unierecht, en dat het rechtsstaatbeginsel vrije toegang daartoe vereist. De uitvoering verloopt geleidelijk en is omstreden: een vervolgzaak (T-631/24) betreft de vraag of het beginsel ook internationaal mede-opgestelde normen omvat, en de aanstaande herziening van Verordening (EU) nr. 1025/2012 zal naar verwachting regelen hoe het normalisatiestelsel wordt gefinancierd als de documenten worden weggegeven. Het praktische advies voor 2026: kijk eerst wat al kosteloos beschikbaar is en begroot de rest.
Beproevingen
Beproeving is bij de meeste zelfgecertificeerde producten de grootste externe kostenpost. Wat eronder valt hangt volledig van het product af: elektromagnetische compatibiliteit, elektrische veiligheid, mechanische veiligheid, stofgehalte, ontvlambaarheid, radioprestaties.
Marktcijfers geven een gevoel voor de schaal. Een basis-EMC-beproeving voor een eenvoudig elektrisch product wordt doorgaans rond 400–800 EUR geoffreerd. Een draadloos apparaat dat meerdere radiotechnologieën combineert kan alleen al aan beproeving 2.000–4.000 EUR bereiken, omdat elke radio-interface en elke frequentieband testgevallen toevoegt. Chemische en mechanische beproevingen bij speelgoed of textiel worden per stof of per methode berekend en schalen met het aantal materialen en kleurvarianten, niet met het aantal modellen.
Vaak valt dit legitiem te beperken. Het beproeven van een representatieve worstcasevariant in plaats van elk artikelnummer, het hergebruiken van componentcertificering van leveranciers, en ontwerpen volgens de norm — in plaats van beproeven en dan ontdekken dat je haar hebt gemist — drukken de rekening aanzienlijk.
Tarieven van aangemelde instanties
Waar een aangemelde instantie vereist is, domineren haar tarieven het budget. Instanties hanteren een aanvraagtarief, daarna uur- of dagtarieven voor de beoordeling van het technisch dossier en de audit van het kwaliteitssysteem, plus reiskosten bij audits ter plaatse.
Brancheonderzoek onder aangemelde instanties in de EU legt het gemiddelde aanvraagtarief rond 1.500 EUR, met uurtarieven voor dossierbeoordeling en kwaliteitssysteemaudits van beide ongeveer 320 EUR. Dit zijn indicaties, geen tarieven: aangemelde instanties zijn commerciële organisaties die hun eigen prijzen bepalen, en die verschillen per instantie, sector en land. Het tarief is bovendien niet het hele verhaal: de eigen personeelstijd voor het beantwoorden van afwijkingsbevindingen overtreft vaak de factuur.
Documentatie en vertaling
Het technisch dossier is een op te leveren product en iemand moet het schrijven. Bij een product van enige complexiteit wordt dat in weken engineeringtijd gemeten, en het wordt het vaakst onderschat omdat het niets zichtbaars oplevert totdat een autoriteit ernaar vraagt.
Vertaling is een aparte, wettelijk gedreven kostenpost. De EU-conformiteitsverklaring en de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinformatie moeten worden verstrekt in de taal of talen die elke lidstaat verlangt waar het product in de handel wordt gebracht. Verkoop in een tiental markten vermenigvuldigt deze post rechtstreeks. Onze gids over het model en de verplichte velden van de EU-conformiteitsverklaring beschrijft wat vertaald moet worden.
Rollen buiten de EU
Een buiten de Unie gevestigde fabrikant heeft doorgaans een gemachtigde nodig, en op grond van de markttoezichtregels moet er een marktdeelnemer in de Unie zijn die verantwoordelijk is voor het product. Dat zijn ingekochte diensten met terugkerende jaarlijkse vergoedingen, geen eenmalige kosten, en ze ontbreken regelmatig in een eerste begroting.
Indicatieve bandbreedtes per route
De onderstaande cijfers zijn marktwaarnemingen voor planningsdoeleinden, geen gereguleerde prijzen. Gebruik ze om offertes te toetsen en te besluiten naar welke route je ontwerpt — niet als raming voor jouw specifieke product.
| Situatie | Gebruikelijke route | Indicatief |
|---|---|---|
| Eenvoudig product, geharmoniseerde normen passen zonder meer | Module A, zelfbeoordeling | 400–1.500 EUR |
| Radioapparatuur | Module A of B+C onder RED | 1.500–3.000 EUR en meer |
| Normen niet volledig toegepast, of hogere risicoklasse | Module B plus C, D, E of F | Vanaf 13.000 EUR |
| Elke eenheid afzonderlijk geverifieerd | Module G | Prijs per eenheid; alleen haalbaar bij kleine aantallen |
| Sterk gereguleerde sectoren (bijvoorbeeld medische hulpmiddelen) | Klasseafhankelijk, aangemelde instantie over de hele route | Tienduizenden tot honderdduizenden |
Medische hulpmiddelen verdienen een kanttekening juist omdat hun cijfers de zoekresultaten domineren en de verwachtingen vertekenen. Zelfgecertificeerde klasse I-hulpmiddelen worden doorgaans in tienduizenden euro’s begroot en hogere klassen bereiken zes cijfers. Die getallen weerspiegelen een uitzonderlijk zwaar regime en mogen niet worden overgezet naar consumenten- of industriële goederen. Medische hulpmiddelen vallen bovendien buiten het toepassingsgebied van de ESPR en staan dus geheel buiten de discussie over het digitaal productpaspoort.
Wat het bedrag omhoog of omlaag drijft
Aantal toepasselijke handelingen. Eén product valt vaak tegelijk onder meerdere wetgevingshandelingen: een verbonden huishoudapparaat kan gelijktijdig elektrische veiligheid, EMC, radio, chemische stoffen en energie-etikettering raken. Elk voegt eisen en vaak beproevingen toe.
Volledige toepassing van geharmoniseerde normen. Afwijken van een geharmoniseerde norm, of werken in een gebied waar er geen is, duwt je doorgaans naar een route met een aangemelde instantie. Dat is de duurste beschikbare beslissing.
Complexiteit en varianten. De kosten schalen met het aantal werkelijk verschillende technische configuraties, niet met de omvang van het assortiment. Een goed onderbouwde worstcasegroepering is echt geld waard.
Kwaliteit van leveranciersgegevens. Komen componentverklaringen, materiaalgegevens en beproevingsrapporten compleet binnen, dan stelt het technisch dossier zich snel samen. Moeten ze door de toeleveringsketen worden nagejaagd, dan loopt de arbeidskost steil op — precies het probleem dat gestructureerd productgegevensbeheer aanpakt.
Timing. Laat beproeven verandert afkeuringen in herontwerpen. Het goedkoopste conformiteitswerk gebeurt zolang het ontwerp nog kan wijzigen.
Hoe lang het duurt
Bij een zelfbeoordeeld product bepalen de doorlooptijden van het laboratorium en je eigen documentatie-inspanning het schema. Een beproevingsplek boeken kost doorgaans enkele weken, beproeving en rapportage nog enkele; de technische documentatie kan parallel worden geschreven. Twee tot vier maanden van een stabiel ontwerp tot een ondertekende verklaring is een realistisch planningsgetal voor een eenvoudig product.
Waar een aangemelde instantie bij betrokken is, verandert het beeld volledig, en in verschillende sectoren is capaciteit inmiddels de beperking in plaats van geld. In de sector medische hulpmiddelen worden bij de drukste instanties wachtrijen van zes tot twaalf maanden gemeld voordat een aanvraag überhaupt wordt aanvaard, met beoordelingstermijnen van dertien tot achttien maanden van aanvaarding tot afgifte. De structurele oorzaak is leerzaam: ongeveer vijfenveertig instanties zijn onder het huidige regime voor medische hulpmiddelen aangewezen en nemen werk op dat eerder over zo’n tachtig was verdeeld, terwijl elke beoordeling nu meer inspanning vergt dan voorheen.
Andere sectoren staan niet onder dezelfde druk, maar de les laat zich veralgemenen. Vereist jouw route een aangemelde instantie, benader dan vroeg meerdere kandidaten, vraag naar de wachttijd voordat je over prijs praat, en behandel hun beschikbaarheid als een projectrandvoorwaarde in plaats van een inkoopdetail.
De terugkerende kosten die niemand begroot
CE-naleving wordt vaak behandeld als een project met een einddatum. Het lijkt meer op een abonnement.
Normen worden herzien. Wordt een geharmoniseerde norm vervangen, dan eindigt het aan de oude versie verbonden vermoeden van conformiteit na een in het Publicatieblad bekendgemaakte overgangsperiode. Producten die nog in de handel worden gebracht moeten opnieuw tegen de nieuwe versie worden beoordeeld. Niemand stuurt een herinnering.
Producten veranderen. Een nieuwe leverancier, een vervangen component, een firmwarerelease die het radiogedrag wijzigt, een aangepaste behuizing — elk kan een herbeoordeling en een opnieuw afgegeven verklaring vergen. Een substantiële wijziging kan de wijzigende partij zelfs tot juridische fabrikant maken.
Goedkeuringen van kwaliteitssystemen vergen toezicht. De modules D, E, H en H1 omvatten periodieke audits, geen eenmalige goedkeuring. Die audits keren ongeveer jaarlijks terug en worden telkens gefactureerd.
Certificaten verlopen. Certificaten van EU-typeonderzoek worden voor beperkte duur afgegeven en moeten worden vernieuwd.
Documentatie moet bewaard en vindbaar blijven. Het technisch dossier moet nog jaren na de laatste in de handel gebrachte eenheid beschikbaar zijn voor autoriteiten — doorgaans tien. Opslaan is triviaal; jaren later de juiste versie van het juiste document terugvinden niet.
En nu moeten de gegevens actueel blijven. Dit is de werkelijk nieuwe post. Onder de ESPR is het conformiteitsdossier geen gearchiveerde PDF meer, maar een productpaspoort dat gedurende de hele levensduur juist en toegankelijk moet blijven. Dat is een exploitatiekost in plaats van een projectkost, en de post die het vaakst ontbreekt in een begroting voor 2026. Onze uiteenzetting over de kosten van het digitaal productpaspoort behandelt die kant in detail.
Waar geld wordt verspild
Een “CE-certificaat” kopen bij een organisatie die er geen kan afgeven. Elk laboratorium kan beproeven, en veel verkopen daarna een indrukwekkend ogend document. Alleen een voor jouw specifieke wetgeving aangewezen aangemelde instantie kan een certificaat met rechtsgevolg afgeven, en alleen waar de wetgeving daarom vraagt. Controleer de aanmelding in de NANDO-lijst van de Commissie, bereikbaar via de Single Market Compliance Space, en kijk naar de concrete handeling waarvoor de instantie is aangewezen — niet enkel of ze ergens op de lijst staat. Accreditatie is geen aanmelding, en een viercijferig nummer in een verkoopbrochure bewijst niets.
Betalen voor een certificaat dat je niet nodig hebt. Valt je product onder module A, dan is betrokkenheid van een aangemelde instantie vrijwillig en voegt ze juridisch niets toe. Ze kan commercieel zinvol zijn als een klant erom vraagt, maar het hoort een bewuste aankoop te zijn, geen misverstand.
Een product certificeren dat buiten het toepassingsgebied valt. Meubels, gewone textielproducten en veel alledaagse goederen dragen helemaal geen CE-markering, omdat geen CE-wetgeving ze bestrijkt. De markering op zo’n product aanbrengen is zelf een inbreuk.
Per land opnieuw certificeren. Een conformiteitsbeoordeling is in de hele Unie geldig. Betalen voor nationale toelatingen binnen de EU betekent tweemaal voor hetzelfde betalen. De echte kost per land zijn de taaleisen voor de documentatie, en die zijn veel lager.
Beproeven voordat het ontwerp vaststaat. De duurste beproeving is die welke wordt herhaald omdat een week na het slagen een component is gewijzigd.
Wat de ESPR en het paspoort toevoegen
De ESPR vervangt het conformiteitsbeoordelingsstelsel niet, ze breidt het uit. Op grond van artikel 4 specificeert de Commissie in elke gedelegeerde handeling ofwel module A uit bijlage IV bij de ESPR, ofwel een van de modules B tot en met H1 uit Besluit nr. 768/2008/EG. Voor de meeste productgroepen valt module A — zelfbeoordeling — te verwachten, zodat de ESPR waarschijnlijk geen kosten van aangemelde instanties introduceert waar die er vandaag niet zijn.
Wat ze wel introduceert is een gegevensverplichting. De informatie die aan de verklaring ten grondslag ligt moet gestructureerd zijn, in een paspoort worden gedragen, actueel worden gehouden en toegankelijk zijn voor wie er recht op heeft. Voor fabrikanten van wie het conformiteitsbewijs vandaag in een map met PDF’s en een spreadsheet leeft, is dát de echte begrotingspost — en die ligt dichter bij systeemwerk dan bij certificering. Hoe het DPP de EU-conformiteitsverklaring vervangt beschrijft hoever het paspoort het papieren document werkelijk overneemt.
Vijf stappen naar je eigen raming
1. Stel vast welke wetgeving van toepassing is. Werk vanuit de bepalingen over het toepassingsgebied van elke handeling, niet vanuit de naam van je productcategorie. Daarvan hangt al het overige af.
2. Lees de module af. De toepasselijke handeling noemt de conformiteitsbeoordelingsprocedure. Die ene letter scheidt een budget van vier cijfers van een van vijf.
3. Zet de geharmoniseerde normen op een rij en beprijs ze. Kijk eerst wat kosteloos beschikbaar is en begroot de rest. De normen vertellen je bovendien aan welke beproevingen je je vastlegt.
4. Vraag offertes voor de juiste route. Is een aangemelde instantie vereist, benader er dan meerdere en vraag naar de wachttijd vóór de prijs. Is ze niet vereist, beprijs dan laboratoriumbeproeving en je eigen documentatie-inspanning.
5. Voeg de terugkerende post toe. Toezichtaudits, normherzieningen, opnieuw afgegeven verklaringen, bewaarde documentatie en onderhoud van paspoortgegevens. Raam die vanaf het begin jaarlijks, in plaats van ze in jaar twee te ontdekken.
Veelgestelde vragen
Wat kost een CE-certificaat?
Er is geen enkele prijs, omdat er bij de meeste producten van niemand iets wordt gekocht. Een eenvoudig zelfgecertificeerd product ligt doorgaans tussen 400 en 1.500 EUR, radioapparatuur tussen 1.500 en 3.000 EUR of meer, en routes met een aangemelde instantie vanaf 13.000 EUR. Welke bandbreedte geldt, bepaalt de module die je wetgeving voorschrijft.
Wie geeft een CE-certificaat af?
Bij de meeste producten niemand — de fabrikant verklaart de conformiteit en er bestaat geen certificaat. Waar wetgeving een aangemelde instantie vereist, kan die een certificaat van EU-typeonderzoek of een goedkeuring van het kwaliteitssysteem afgeven. Dat zijn de enige certificaten met rechtskracht, en ze dragen de in de wetgeving voorziene benamingen, niet het algemene etiket “CE-certificaat”.
Heft de EU een vergoeding voor de CE-markering?
Nee. Er is geen aanvraag, geen registratie en geen vergoeding verschuldigd aan een EU-instelling of nationale autoriteit voor het aanbrengen van de CE-markering.
Hoe lang duurt CE-markering?
Bij een zelfbeoordeeld product doorgaans twee tot vier maanden vanaf een stabiel ontwerp, bepaald door de doorlooptijden van laboratoria. Waar een aangemelde instantie vereist is, plan in kwartalen in plaats van maanden; in de meest verstopte sectoren kunnen wachtrij en beoordelingstermijn samen meer dan twee jaar bedragen.
Moet ik de certificering per EU-land herhalen?
Nee. Een conformiteitsbeoordeling die volgens EU-wetgeving is uitgevoerd, geldt in de hele Unie. Wat per land verschilt is de taal waarin de conformiteitsverklaring en de gebruiksaanwijzing moeten worden verstrekt.
Kan myDPP de certificering uitvoeren of een certificaat afgeven?
Nee. myDPP is geen aangemelde instantie, voert geen conformiteitsbeoordeling uit en geeft geen certificaten af. Het beheert de productgegevens die uit de beoordeling voortkomen — gestructureerd, geversioneerd en beschikbaar voor de conformiteitsverklaring en het digitaal productpaspoort.
Verder lezen
- Digitaal productpaspoort in 15 minuten
- Conformiteitsbeoordeling: modules A tot H1 en aangemelde instanties
- Voor welke producten is CE-markering verplicht — de volledige lijst
- CE-markering en het digitaal productpaspoort
- EU-conformiteitsverklaring: model en verplichte velden
- Wanneer het DPP de EU-conformiteitsverklaring vervangt
- ESPR-verordening: ecodesign-eisen
- Kosten van het digitaal productpaspoort
- DPP-implementatie: checklist
Bronnen
- Besluit nr. 768/2008/EG betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR)
- Verordening (EU) nr. 1025/2012 betreffende Europese normalisatie
- Verordening (EU) 2019/1020 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten
- Arrest van het Hof in zaak C-588/21 P (Public.Resource.Org en Right to Know tegen Commissie)
- NANDO — informatiesysteem van de Commissie over aangemelde instanties
- Europese Commissie — CE-markering