CBAM-registratie: toelating als CBAM-aangever, het CBAM-register en de deadlines
Sinds 1 januari 2026 mag alleen een toegelaten CBAM-aangever CBAM-goederen boven de drempel van 50 ton invoeren. Hoe de aanvraag verloopt, wie in Nederland beslist, waarom 27 september 2026 de harde datum is, wanneer de verkoop van certificaten start en wat de CBAM-aangifte over 2026 vraagt.
CBAM-registratie: toelating als CBAM-aangever, het CBAM-register en de deadlines
Op 1 januari 2026 veranderde het EU-koolstofgrenscorrectiemechanisme van karakter. Tot eind 2025 was CBAM een rapportageplicht: wie ijzer en staal, aluminium, cement, meststoffen, waterstof of elektriciteit invoerde, meldde per kwartaal hoeveelheden en ingebedde emissies en betaalde niets. Sinds 1 januari 2026 is CBAM een toelatings- en betalingsregime. De invoer zelf hangt nu aan een bestuurlijke status — die van toegelaten CBAM-aangever — en de emissies achter de goederen worden betaald, niet alleen gerapporteerd.
Daarmee verschuift het knelpunt. De moeilijke vraag is niet meer hoe je een kwartaalformulier invult, maar of het bedrijf op de dag dat de container aankomt überhaupt mag invoeren. En in het najaar van 2026 valt er een harde grens: de overgangsregeling waarmee je kon blijven invoeren terwijl je aanvraag nog liep, verloopt op 27 september 2026. Dit artikel loopt de toelatingsprocedure langs, het CBAM-register, de certificaatverplichtingen die in 2027 beginnen en de databasis waaruit de CBAM-aangifte ontstaat — inclusief de plekken waar die basis overlapt met het digitaal productpaspoort.
De belangrijkste punten
- Zonder toelating geen invoer. Sinds 1 januari 2026 mogen CBAM-goederen boven de massadrempel alleen door een toegelaten CBAM-aangever in het vrije verkeer worden gebracht. De status is een voorwaarde voor invoer, geen rapportageplicht achteraf.
- 50 ton per jaar is de nieuwe drempel. De omnibusvereenvoudiging, Verordening (EU) 2025/2083, verving de oude de-minimisgrens van 150 euro per zending door een massadrempel van 50 ton netto per kalenderjaar per importeur. Blijf je eronder, dan vallen toelating, aangifte en certificaten weg — waterstof en elektriciteit zijn van deze drempel uitgezonderd.
- De overgangsregeling eindigt op 27 september 2026. Wie vóór 31 maart 2026 een aanvraag deed, mocht blijven invoeren in afwachting van het besluit, gemarkeerd met TARIC-code Y238 — maar uiterlijk tot 27 september 2026.
- In Nederland beslist de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). De aanvraag doe je met eHerkenning in het Europese CBAM-register; de NEa toetst aan het beoordelingskader voor CBAM-toelating en kent bij goedkeuring een CBAM-rekeningnummer toe.
- De behandeling duurt maanden. Tot 120 kalenderdagen voor aanvragen die op of na 15 juni 2025 zijn ingediend en tot 180 kalenderdagen voor eerdere, elk met maximaal 30 dagen te verlengen als stukken moeten worden aangevuld.
- Certificaten gaan pas op 1 februari 2027 in de verkoop, via een gemeenschappelijk centraal platform, tegen een prijs die is afgeleid van de veilingprijzen van EU-ETS-rechten.
- De eerste CBAM-aangifte moet uiterlijk 30 september 2027 binnen zijn en gaat over de invoer in 2026. De omnibusverordening heeft die datum ten opzichte van de oorspronkelijke planning naar achteren geschoven.
- myDPP is geen douanesoftware. Het houdt de product- en leveranciersdata bij die de cijfers voor ingebedde emissies, bewijsstukken en productpaspoorten voeden — niet de douaneaangifte zelf.
Waarom in 2026 de toelating het knelpunt is en niet de rapportage
In de overgangsfase tot eind 2025 was de slechtste uitkomst van een late CBAM-rapportage een boete. In het definitieve regime is de slechtste uitkomst dat de goederen de markt niet op komen. De douane controleert bij de invoeraangifte of er voor de goederencode een geldige CBAM-status is; ontbreekt die, dan wordt het in het vrije verkeer brengen geweigerd.
Die verschuiving raakt één groep het hardst: bedrijven die CBAM als duurzaamheidsonderwerp lazen en niet als douaneonderwerp. Waar de rapportageplicht in 2024 en 2025 bij een duurzaamheidsteam lag, is de toelatingsaanvraag vaak niet gezien als voorwaarde voor de dagelijkse handel. Precies dat is het wel.
De opbouw van de deadlines maakt het erger. Een behandeltermijn tot 120 kalenderdagen betekent dat een vandaag ingediende aanvraag realistisch pas tegen het eind van het jaar wordt beslist. De overgangsregeling voor aanvragen tot 31 maart 2026 verloopt op 27 september 2026. Een bedrijf dat in het najaar van 2026 ontdekt dat het de drempel gaat halen, heeft dus geen brug meer naar het besluit — het moet de invoer stoppen, herstructureren of onder de drempel blijven.
Wie toelating nodig heeft en wie niet
De plicht hangt aan drie dingen tegelijk: de goederen, de hoeveelheid en de rol.
De goederen. Binnen bereik vallen de CBAM-productgroepen uit bijlage I bij Verordening (EU) 2023/956 — ijzer en staal, aluminium, cement, meststoffen, waterstof en elektriciteit — elk bepaald door de GN-code, niet door de productomschrijving in een aanbieding. De meest voorkomende misvatting gaat over verwerkte artikelen: bouten, profielen, buizen of houders van staal en aluminium vallen via hun goederencode binnen bereik, ook als het bedrijf zichzelf geen staalimporteur vindt. De beoordeling begint daarom altijd bij de GN-codes van je eigen invoerregels.
De hoeveelheid. De massadrempel is 50 ton netto per kalenderjaar, opgeteld over alle CBAM-goederen van één importeur. Het is geen vrijstelling per zending en geen belastingvrije voet: bij overschrijding valt het hele invoervolume onder het regime, niet alleen het meerdere. Waterstof en elektriciteit zijn van de drempel uitgezonderd en blijven zonder ondergrens binnen bereik. De status moet er zijn voordat de drempel wordt overschreden, niet in het kwartaal waarin dat gebeurt.
De rol. Toegelaten wordt de importeur, dus wie de douaneaangifte voor het vrije verkeer op eigen naam doet — of, bij indirecte vertegenwoordiging, de indirecte douanevertegenwoordiger als die de rol op zich neemt. Een leverancier uit een derde land kan de plicht niet overnemen. Voer je in via een dienstverlener, leg dan contractueel vast wie de status heeft, want daaraan hangen de certificaataankopen en de aangifte.
Buiten bereik vallen invoer onder de drempel, goederen in douane-opslag of actieve veredeling zolang ze niet in het vrije verkeer komen, terugkerende Uniegoederen en invoer uit landen die in het EU-emissiehandelssysteem zijn geïntegreerd: IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland.
De aanvraag: procedure, stukken, doorlooptijd
Toelating is een aparte bestuurlijke procedure op grond van artikel 5 van de CBAM-verordening en moet expliciet worden aangevraagd. Registratie in het overgangsregister CBAM in 2024 en 2025 vervangt haar niet, en zij volgt niet automatisch uit het indienen van CBAM-rapportages. Dat is een van de redenen waarom in het voorjaar van 2026 veel bedrijven zonder status bleken te zitten terwijl ze dachten geregistreerd te zijn.
De aanvraag wordt elektronisch ingediend in het CBAM-register, in de module voor toelatingsbeheer, bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van vestiging. In Nederland log je in met eHerkenning; een EORI-nummer is voorwaarde.
Inhoudelijk vraagt de aanvraag om:
- Identificatie en plaats van vestiging van de aanvrager, inclusief EORI-nummer en gegevens over de economische activiteit.
- Een verklaring van betrouwbaarheid: geen ernstige of herhaalde overtredingen van douane-, belasting-, marktmisbruik- en CBAM-regels in de afgelopen vijf jaar.
- Bewijs van financiële en operationele capaciteit, in verhouding tot het geplande invoervolume — in de praktijk jaarrekeningen en, waar vereist, een garantie.
- Geschatte invoervolumes en soorten goederen voor het lopende kalenderjaar, uitgesplitst naar GN-code en land van oorsprong.
- Gegevens van de vertegenwoordiger, als de aanvrager via een vertegenwoordiger handelt.
De bevoegde autoriteit beoordeelt het dossier, raadpleegt de Commissie elektronisch en waar nodig de autoriteiten van andere lidstaten, en beslist. De termijn is tot 120 kalenderdagen voor aanvragen van op of na 15 juni 2025 en tot 180 kalenderdagen voor eerdere, verlengd met maximaal 30 kalenderdagen als er stukken worden opgevraagd. Het besluit landt in de postbus van het register; bij goedkeuring wordt de CBAM-rekening geactiveerd.
De praktische consequentie: het getal waarop je plant is de doorlooptijd, niet de datum van indiening. Een bedrijf dat in het vierde kwartaal van 2026 CBAM-invoer wilde starten, had begin zomer moeten aanvragen. Wie nu begint, plant realistisch voor 2027.
Wie beslist, en waar
De bevoegdheid volgt de plaats van vestiging, niet de plaats van invoer. Een in Nederland gevestigd bedrijf dat via Antwerpen invoert, vraagt in Nederland aan. Afhankelijk van de lidstaat beslist de douane, de milieudienst of de klimaatautoriteit; de verdeling is niet uniform.
Nederland is hier relatief overzichtelijk, en dat is een voordeel. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) beoordeelt de aanvraag aan de hand van het beoordelingskader voor CBAM-toelating, kan tijdens die toets aanvullende informatie opvragen en geeft bij goedkeuring het toelatingsbesluit af, waarmee je bedrijf de status van toegelaten CBAM-aangever en een CBAM-rekeningnummer krijgt. De aanvraag zelf doe je in het Europese CBAM-register, ingelogd met eHerkenning; de Douane controleert de status bij de invoeraangifte. Voor vragen over inloggen en de procedure is er een aparte toelatingshelpdesk. Reageer je op een verzoek om aanvullende stukken via het verkeerde kanaal, dan kost dat doorlooptijd die je niet terugkrijgt.
Wat het CBAM-register bevat
Het CBAM-register is niet alleen een aanvraagportaal. Het is de rekening waarmee het hele definitieve regime wordt gerund, en het brengt drie dingen samen.
De status. Toelatingsnummer, omvang van de toelating en de koppeling met het EORI-nummer. Deze vastlegging wordt elektronisch tegen de douanesystemen gecontroleerd; daarom loopt een douaneaangifte zonder geldige vermelding vast.
De emissiegegevens. Ingebedde emissies van de ingevoerde goederen, uitgesplitst naar installatie, product en land van oorsprong, inclusief een eventueel in een derde land al betaalde koolstofprijs die verrekend kan worden. Exploitanten in derde landen kunnen hun installatiegegevens in een apart deel neerleggen, zodat meerdere importeurs op dezelfde geverifieerde waarden kunnen leunen — in de praktijk de effectiefste manier om het werk van dataverzameling te beperken.
De certificaatrekening. Vanaf februari 2027: aankoop, bezit, inlevering en terugkoop van CBAM-certificaten.
Ook de jaaraangifte wordt in het register gedaan. Alles wat daarin komt moet reproduceerbaar zijn uit je eigen data — inclusief de vraag welke emissiewaarde door welke leverancier is opgegeven en wanneer.
Na de toelating: certificaten vanaf februari 2027 en de 50%-regel
Voor de invoer van 2026 valt in 2026 niets te kopen. De verkoop van CBAM-certificaten begint pas op 1 februari 2027, via een gemeenschappelijk centraal platform. De prijs is niet onderhandelbaar: hij wordt afgeleid van de veilingprijzen voor EU-emissierechten en door de Commissie gepubliceerd. Eén certificaat staat voor één ton CO2-equivalent.
Daaruit volgen twee verplichtingen.
Kwartaaldekking. Vanaf 2027 moet een toegelaten CBAM-aangever aan het eind van elk kwartaal — 31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december — certificaten hebben voor minstens 50% van de ingebedde emissies van alle goederen die sinds het begin van het kalenderjaar zijn ingevoerd. Dat is een liquiditeitsvraag, niet alleen een aangiftevraag: zware invoer in de eerste jaarhelft zet kapitaal vast voordat de goederen verkocht zijn.
Inleveren met de aangifte. De certificaten die horen bij de opgegeven ingebedde emissies worden met de jaarlijkse CBAM-aangifte ingeleverd. Beperkte terugkoop van overschot is mogelijk, maar te veel kopen verandert niet zomaar weer in cash. De hoeveelheid schatten zonder je eigen emissiegegevens te kennen is dus dubbel duur.
De CO2-voetafdruk van het product (PCF) is hier verwant maar niet gelijk: CBAM vraagt ingebedde emissies op installatieniveau volgens een eigen methodiek, geverifieerd door geaccrediteerde verificateurs — geen levenscyclusuitkomst volgens ISO 14067. Beide uit dezelfde databasis voeden scheelt verzamelwerk; ze als hetzelfde getal behandelen werkt niet.
De CBAM-aangifte over 2026: uiterlijk 30 september 2027
De eerste aangifte van het definitieve regime gaat over invoerjaar 2026 en moet uiterlijk 30 september 2027 in het CBAM-register worden ingediend. De omnibusverordening heeft die datum ten opzichte van de oorspronkelijke planning naar achteren geschoven om ruimte te laten voor dataverzameling en verificatie.
De aangifte vermeldt ingevoerde hoeveelheden per soort goederen, de bijbehorende ingebedde emissies, bewijs van verificatie door een geaccrediteerde verificateur en, waar dat wordt geclaimd, de verrekening van een in het land van oorsprong betaalde koolstofprijs. Zijn werkelijke installatiewaarden niet beschikbaar, dan mogen onder de voorwaarden van de verordening standaardwaarden worden gebruikt; die zijn bewust conservatief, dus werkelijke waarden zijn meestal goedkoper.
Het kritieke pad is niet het indienen, maar het ophalen. Een leverancier in een derde land levert in september 2027 geen geverifieerde installatiegegevens op afroep. De datavraag hoort in inkoopvoorwaarden en leverancierskwalificatie, met dezelfde mechanismen die EUDR en gepaste zorgvuldigheid in de keten nodig hebben: benoemde datavelden, formaat, termijn, contactpersoon, gevolg bij niet-levering.
Wat er gebeurt zonder toelating
Drie niveaus zijn het onderscheiden waard.
Douanetechnisch wordt het in het vrije verkeer brengen geweigerd. De goederen staan stil, met alle volgkosten: opslag, overliggeld, te late levering, mogelijk retourzending. Dit is het duurste directe gevolg en het raakt de verkoop, niet compliance.
Sanctioneel voorzien de verordening en de nationale uitvoering in boetes die zijn gekoppeld aan het volume niet-gedekte emissies en duidelijk boven de certificaatprijs liggen; ze kunnen worden verhoogd als goederen zonder toelating zijn ingevoerd. Later afrekenen tegen marktprijs is geen optie die je kunt kiezen.
Praktisch ontstaat er een betrouwbaarheidsdossier. Een bedrijf dat als onbetrouwbaar te boek staat, heeft het moeilijker met toekomstige toelatingen, vergunningen en douanevereenvoudigingen. De band met andere statusvragen in het productrecht — zoals de geverifieerde marktdeelnemer in het DPP-register — is juridisch los, maar niet in hoe autoriteiten een bedrijf lezen.
De datakant: wat het definitieve regime van je data vraagt
De aanvraag zelf is met bedrijfspapieren te doen. Wat daarna komt is een dataprobleem, en het heeft dezelfde vorm als de dataproblemen in ESPR, PPWR en EUDR: waarden uit de keten die geversioneerd, gedateerd en naar een bron herleidbaar moeten zijn, omdat ze jaren later voor een autoriteit verdedigd worden.
Concreet heeft het definitieve regime per invoerregel nodig:
- Goederencode en nettomassa per zending, opgeteld per kalenderjaar — de basis voor de drempelberekening en voor de hoeveelheden in de aangifte.
- Toewijzing aan een installatie: welke productie-installatie in het derde land de goederen heeft gemaakt. Zonder dat is geen werkelijke emissiewaarde bruikbaar.
- Ingebedde emissies per product, direct en, waar gedekt, indirect, met vermelding van methode en referentieperiode.
- Verificatiebewijs van de geaccrediteerde verificateur, met datum en omvang.
- In het derde land betaalde koolstofprijs, met bewijs, als verrekening wordt geclaimd.
De terugkerende fout is deze waarden in spreadsheets en mailbijlagen bewaren. Ze verouderen geruisloos: een leverancier wisselt van installatie, een emissiewaarde wordt achteraf gecorrigeerd, een verificatierapport verloopt. Als in 2029 de vraag komt welke waarde onder de aangifte over 2026 lag, moet de toestand van toen reconstrueerbaar zijn. Ons artikel over DPP en PIM beschrijft dezelfde eis voor productdata in het algemeen — CBAM is het geval waarin die eis het eerst geld kost.
Vijf stappen voor de rest van 2026
1. Leg GN-codes naast bijlage I. Niet het assortiment, maar de GN-codes die de afgelopen twaalf maanden daadwerkelijk zijn aangegeven. Uitkomst: een lijst CBAM-regels met nettomassa’s.
2. Maak de 50-tonberekening voor 2026 en 2027. Opgeteld, niet per zending. Zit je er net onder, dan heb je monitoring met een vroege waarschuwing nodig, geen jaarafsluiting — de drempel wordt midden in het jaar overschreden.
3. Controleer je status en vraag nu aan als die ontbreekt. Met de doorlooptijd tot 120 kalenderdagen in gedachten en de overgangsregeling die op 27 september 2026 verloopt. Wordt de drempel in 2026 niet gehaald, plan de aanvraag dan alsnog zo dat de status er is vóór de eerste overschrijding in 2027.
4. Zet leveranciersdata in contracten. Installatie-identificatie, ingebedde emissies, verificatiebewijs, koolstofprijs in het land van oorsprong — met formaat en termijn. Dat hoort in raamovereenkomsten en inkoopvoorwaarden, niet in een verzoek per e-mail.
5. Plan de liquiditeit voor 2027. Certificaataankopen vanaf februari 2027, 50% dekking aan het eind van elk kwartaal, inlevering met de aangifte. De kapitaalbehoefte ontstaat voordat de goederen zijn verkocht en hoort in de prijsstelling, niet in de terugblik.
Stap vier en de data daarachter zijn de plek waar myDPP past. Het vervangt geen douanesoftware en geen juridisch advies; het houdt product-, materiaal- en leveranciersdata op één geversioneerde plek, zodat emissiewaarden, bewijsstukken en productdata één bron delen — voor CBAM, voor het digitaal productpaspoort en voor de rapportageplichten ernaast. Onze DPP-implementatiechecklist beschrijft hoe een praktische start eruitziet.
Veelgestelde vragen
Hoe vraag ik de status van toegelaten CBAM-aangever aan?
Elektronisch, in de module voor toelatingsbeheer van het CBAM-register, bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar je bent gevestigd. In Nederland beslist de NEa en log je in met eHerkenning. Je hebt een EORI-nummer nodig. De aanvraag vraagt om vestigingsgegevens, een verklaring van betrouwbaarheid, bewijs van financiële en operationele capaciteit en geschatte invoervolumes per GN-code.
Hoe lang duurt een CBAM-toelating?
Tot 120 kalenderdagen voor aanvragen van op of na 15 juni 2025 en tot 180 kalenderdagen voor eerdere, met maximaal 30 kalenderdagen verlenging als er stukken worden opgevraagd. Plan op het maximum, niet op het gemiddelde.
Wat betekent TARIC-code Y238?
Die markeert invoer door een bedrijf waarvan de aanvraag voor toelating vóór 31 maart 2026 is ingediend en nog niet is beslist. De code maakte invoer zonder afgeronde status mogelijk op overgangsbasis — uiterlijk tot 27 september 2026.
Geldt CBAM ook onder 50 ton?
Nee, met één uitzondering. Blijft je CBAM-invoer onder 50 ton netto in het kalenderjaar, dan vallen toelating, aangifte en certificaten weg. Waterstof en elektriciteit zijn van deze drempel uitgezonderd. De drempel is geen vrijstelling: is hij overschreden, dan valt het hele volume onder het regime.
Wie is in Nederland de bevoegde autoriteit voor CBAM?
De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) beoordeelt de aanvraag en neemt het toelatingsbesluit. De aanvraag zelf doe je met eHerkenning in het Europese CBAM-register; de Douane controleert de status bij de invoeraangifte.
Wanneer moet ik CBAM-certificaten kopen?
De verkoop start op 1 februari 2027. Vanaf 2027 moet je aan het eind van elk kwartaal certificaten hebben voor minstens 50% van de sinds het begin van het jaar ingevoerde ingebedde emissies; inleveren gebeurt met de jaaraangifte.
Wanneer moet de eerste CBAM-aangifte binnen zijn?
Voor invoerjaar 2026 uiterlijk 30 september 2027, in het CBAM-register, met ingebedde emissies die door een geaccrediteerde verificateur zijn geverifieerd.
Vervangt het digitaal productpaspoort de CBAM-aangifte?
Nee. Het zijn aparte regimes met verschillende doelgroepen: CBAM richt zich op douane- en klimaatautoriteiten en rekent emissies af, terwijl het DPP zich richt op markttoezicht, kopers en consumenten en het product beschrijft. Ze delen wel datavelden — materiaalsamenstelling, herkomst, emissiewaarden — en daarom is het zinvol ze uit één bron te voeden.
Lees verder
- Het digitaal productpaspoort in 15 minuten
- CBAM: de koolstofcorrectie aan de grens en het DPP
- CO2-voetafdruk van het product (PCF) en het DPP
- EUDR: de EU-ontbossingsverordening
- EUDR-uitstel: actuele stand en deadlines
- CSRD: duurzaamheidsrapportage en het DPP
- ESPR-verordening: ecodesign-eisen
- DPP en PIM: waarom productdata de basis vormen
- DPP-implementatie: de checklist